De staat van het onderwijs

Elk jaar presenteert de onderwijsinspectie de ‘staat van het onderwijs’. Daarin geeft zij aan hoe het onderwijs in Nederland er voor staat. ParnasSys was hierbij aanwezig. In dit artikel een reflectie op een aantal interessante onderwerpen die ParnasSys raken.

Auteur: Machiel Karels – onderwijskundig accountmanager ParnasSys

Hoofdlijn: autonomie in beweging en sturing op kwaliteit

De onderwijsinspectie constateert dat er het afgelopen jaar meer gesproken wordt over de autonomie van besturen en scholen in relatie tot het toezicht door de onderwijsinspectie. Het wetsvoorstel van Bisschop, van Meenen en Rog heeft hierin een aanjagende rol gespeeld.

Verder is er een steeds duidelijker sturing op de kwaliteit van het onderwijs. Dat vertaalt zich in veel gevallen nog wel in een focus op duidelijk meetbare resultaten. Maar er is ook veel discussie over de brede taak van het onderwijs en de aandacht op karaktervorming en persoonlijke ontwikkeling.

Kennis over LVS op Pabo’s

Een aandachtspunt wat de onderwijsinspectie constateert, is vaak gebrekkige kennis van startende leerkrachten rond de analyse van leerresultaten. Pabo’s besteden daar in z’n algemeenheid blijkbaar te weinig aandacht aan. ParnasSys faciliteert demo-scholen voor Pabo’s, maar lang niet alle Pabo’s maken daar gebruik van. De onderwijsinspectie signaleert terecht dat goede differentiatie begint met een helder zicht op de ontwikkeling en de resultaten van de kinderen.

Opmerkelijke verbeteringen leerlingenzorg

Beter nieuws is er te melden over de leerlingenzorg op de scholen. Verschillende onderdelen van het onderwijsproces zijn in het schooljaar 2013/2014 verbeterd. Het meest in het oog springen de verbeteringen in de begeleiding en de leerlingenzorg. Meer scholen volgen en analyseren de voortgang in de ontwikkeling van hun leerlingen en maken analyses van de verzamelde toets- en observatiegegevens. Ook is de planmatigheid van de zorg en de evaluatie van de effecten van de zorg op meer scholen voldoende.

Staatssecretaris Sander Dekker: “Als je het gevoel hebt dat je iets doet wat niet bijdraagt aan beter onderwijs of wat niet in het belang is van de leerlingen, stop er gewoon mee!”

Opbrengstgericht werken

Ook rond opbrengstgericht werken constateert de onderwijsinspectie een toename. Scholen die opbrengstgericht werken, werken systematisch en doelgericht aan het maximaliseren van de prestaties van de leerlingen. De toename op dit vlak komt doordat meer scholen de voorgang in de ontwikkeling van leerlingen volgen en analyseren.

De onderwijsinspectie noemt hierbij het leerlingvolgsysteem als sterkste onderdeel, gevolgd door het jaarlijks evalueren van de onderwijsresultaten. Dit onderdeel is op 81% van de schoen voldoende. Interessant hierbij is ook dat scholen die onder grotere besturen vallen beter presteren op deze punten dan de zogenaamde ‘eenpitters’. Bovenschoolse stimulans en aansturing lijkt dus wel te werken.

ICT en vernieuwingen

De verbetering van de onderwijskwaliteit gaat vaak samen met andere vernieuwingsactiviteiten. De onderwijsinspectie noemt hierbij de implementatie van ICT in het onderwijs als voorbeeld. Scholen die leerlingen met digitale middelen als tablets laten werken, worden in het bijzonder genoemd. Deze ontwikkelingen vragen echter ook specifieke administratieve faciliteiten. ParnasSys speelt hier op in met de ontwikkeling van het Master Dashboard. Zo houden ook de innovatieve scholen helder zicht op de resultaten van de leerlingen.

Passend onderwijs en oudercommunicatie

Rond passend onderwijs wijst de onderwijsinspectie op het belang van een goede communicatie met de ouders. Hierin constateert de inspectie dat er op dit vlak grote verschillen zijn tussen de diverse scholen en samenwerkingsverbanden. De huidige technische mogelijkheden worden nog lang niet door alle instellingen gebruikt.

Besturen

Onderwijskwaliteit en financiën blijken een sterkere samenhang te hebben dan vaak wordt gedacht. De inspectie geeft aan dat er een sterke wisselwerking tussen deze twee aspecten bestaat. Scholen die slecht presteren hebben vaak ingrijpende en dure interventies nodig. Omgekeerd maken scholen die financieel in zwaar weer verkeren vaak keuzes die voor de onderwijskwaliteit niet zo bevorderlijk zijn. Dit onderstreept het belang van initiatieven zoals Qualiant, waarmee zowel de onderwijskwaliteit als de financiële en personele stand van zaken met heldere cockpits in beeld gebracht kan worden.

Administratieve last en regeldruk

Het is interessant wat staatssecretaris Sander Dekker tijdens de presentatie van het onderwijsverslag zei over de regeldruk en administratieve last:

“Er ligt een taak bij de overheid om duidelijker te vertellen wat er nu precies gevraagd en verwacht wordt. Aan de andere kant vind ik dat er ook een belangrijke verantwoordelijkheid bij de leraren zelf ligt. Het slechtste argument om iets te doen is omdat het móet. Dus ik zou alle leraren willen oproepen: als je het gevoel hebt dat je iets doet wat niet bijdraagt aan beter onderwijs of wat niet in het belang is van de leerlingen, stop er gewoon mee! Of ga in ieder geval daarover in discussie."

Verder kijken

Wilt u de besproken thema’s in het onderwijsverslag nog eens doornemen, dan kunt u het complete verslag via deze website downloaden: Onderwijsverslag 2013/2014.

De besproken thema’s treft u aan op de volgende pagina’s van het onderwijsverslag:
35 LVS en opbrengstgericht werken / 41 Besturen / 47 ICT en vernieuwingen / 49 oudercommunicatie / 70/71 Leerlingenzorg