Gepersonaliseerd en digitaal leren

Digitaal en gepersonaliseerd leren met verantwoordelijkheid van leerlingen voor het eigen leerproces. Het is een actueel thema waar ParnasSys in meedenkt en meebeweegt. In een recente documentaire in 'Tegenlicht' komen enkele onderwijsvernieuwers naar voren die we graag aan het woord laten.

Auteur: Machiel Karels – onderwijskundig accountmanager ParnasSys

Potentiële blokkades

Alle kinderen over één kam scheren is al lang niet meer van deze tijd. De leerstof moet steeds beter afgestemd worden op de onderlinge verschillen tussen kinderen. Deze afstemming is met name sinds de invoering van Passend onderwijs steeds belangrijker.

Digitaal gepersonaliseerd leren is hierbij een interessante ontwikkeling. Elk kind de leerstof op maat en het liefst middels een eigen leerroute, dat is het ideaal. Hierbij zijn echter nogal wat hobbels te overwinnen door de huidige gangbare structuren.

Het leerstofjaarklassensysteem is zo’n structuur die op de meeste scholen nog behoorlijk dichtgetimmerd is. De reguliere schooltijden komen daar als extra complicerende factor bij. En daarnaast is er het toetssysteem wat in principe op het leerstofjaarklassensysteem gebaseerd is. En laten we de vrij massieve lesmethodes voor de hoofdvakken niet vergeten.

Wil je als school goed afstemmen op de specifieke onderwijsbehoeften van de kinderen, dan moet je oplossingen bedenken voor deze basale structuren. In de reportage ‘De onderwijzer aan de macht‘ van de VPRO komen diverse scholen in beeld waar op creatieve wijze wordt omgegaan met deze potentiële blokkades. Er wordt vernieuwend onderwijs gegeven, afgestemd op de mogelijkheden van de leerlingen.

Gepersonaliseerd leren en de gildetijd

Sjef Drummen, adjunct directeur en ‘onderwijskunstenaar’ aan het Nikée Agora in Roermond, zegt het volgende over gepersonaliseerd leren:

“In de gildetijd had je eigenlijk een heel goed model van gepersonaliseerd leren. Een goede leerling mocht bijvoorbeeld al aan het doek van de meester werken. In de verlichting kwam echter het idee van ‘kennis verheft’ en dat riep de vraag op hoe die kennisoverdracht te managen. Daar heeft de uitvinding van het schoolbord binnen een klassikale setting een belangrijke rol in gespeeld. Dat organisatiemodel was in die wereld het optimum van ontwikkeling. Maar dat model is nu niet meer effectief. In het oude model was de docent toegerust om het leerproces van leerlingen te beheersen.

Nu moeten docenten in een situatie zitten waarin je denkt in termen van ‘kennis is open source’ en ‘kennis is overal’. In dat model moet de docent veel meer uitgaan van vertrouwen dat hij heeft in de ontwikkeling van kinderen. Hij moet dus niet meer het leerproces van de leerlingen willen beheersen, maar hij moet dus juist durven loslaten.”

Oude en nieuwe systemen

Deze omslag in het denken over kennis, vraagt dus een omslag in het denken over onderwijskundige organisatiemodellen. Het klassikale en traditionele model lijkt voor een heel aantal situaties zijn langste tijd te hebben gehad.

Ook Jan Fasen, directievoorzitter van het Mundium College, gaat hierop in. Hij geeft aan:

“Het oude systeem heeft ons veel gebracht. Maar het is voor deze tijd niet meer voldoende. De huidige vraagstukken gaan over gedrag. En dat leren we ze niet in de structuur zoals we die nu hebben. We moeten ons nu bezig houden met de vraag hoe leerlingen positie moeten kiezen in de vraagstukken die zich nu voor hen aandienen.”

Bepaalde leerprocessen zullen efficiënter door digitale middelen overgenomen kunnen worden. De ruimte die daardoor ontstaat, kan benut worden door de pedagogische begeleiding van de gedragsvraagstukken. Het gaat dan ook om aspecten als zelfsturing, planning, verantwoordelijkheid, samenwerking, etc.

Leren en onderwijzen

Deze pedagogische aspecten en de bijbehorende begeleiding brengt ook de discussie op gang over de doelstellingen van een school en de verschillen tussen leren en onderwijzen.

Simon Verwer, docent logica en argumentatieleer aan het Hyperion Lyceum, verwoordt het zo:

“Leren en onderwijs volgen zijn twee verschillende dingen. Onderwijzen of onderwijs volgen, daarvoor heb je een school nodig. Maar leren kan ook vaak buiten school. En de vraag ‘wat is een school precies’ of ‘wat beoogt een school of wat beoogt een onderwijzer’, die is heel relevant geworden. Juist omdat het leren niet meer alleen in een gebouw plaats vindt. Een gebouw waar je naar toe moet om naar die ene leraar te luisteren die de kennis in z’n hoofd heeft, die hij dan kan overdragen.

Die kennis is overal te vinden. Ik denk dat scholen daardoor des te relevanter worden. Maar het vraagt wel om een heroriëntatie op wat onderwijzen precies betekent. Kinderen willen eigenlijk niet meer een curriculum door, ongeacht wie zij zijn. Er moet meer ruimte ontstaan voor maatwerk, met oog voor wie de kinderen zijn. Wat hun voorkeuren, interesses en leerstijlen zijn. De huidige welvaart is niet gegarandeerd en dat vraagt iets van de inrichting van ons onderwijs.

Leerlingen moeten uitgedaagd worden om net even verder te denken. Om zich bewust te worden van de wereld om zich heen. Een manier van denken die verder gaat dan alleen het reproduceren van feitenkennis. Het is belangrijk om daar in het onderwijs al zo vroeg mogelijk mee te beginnen.”

Rol van de leerkracht

Die manier van denken vraagt van leerlingen ook initiatief. En het betekent een andere rol van de leerkracht. Niet een leerkracht die afwezig is, maar een leerkracht die een andere positie inneemt.

Tim Slot, docent aan het Hyperion Lyceum zegt hierover:

“Belangrijk is het initiatief wat wij van leerlingen zelf verwachten. In plaats van als ‘kennisconsument’ optreden, en gewoon zitten en luisteren wat verteld wordt, moet heel veel vanuit zichzelf komen. Leerlingen hebben absoluut een docent nodig. Maar niet om hen te vertellen wat je moet weten. Want veel van die kennis veroudert. Sommige parate kennis moet je gewoon weten. Maar er zijn ook veel dingen die we de leerlingen zelf laten uitzoeken.”

Leerkrachten ontzorgen

Een leerkracht die op deze manier leerlingen begeleidt, heeft behoefte aan de juiste informatie op het juiste moment. Informatie over de plek waar de leerlingen zich bevinden in het leerproces. Maar ook zicht op de beschikbare in te zetten (digitale) middelen. Op dit vlak wil ParnasSys de onderwijskundige processen flexibel ondersteunen en de leerkrachten ontzorgen. Bijvoorbeeld met de ontwikkeling van het Master Dashboard, wat digitale middelen aan leerlijnen verbindt.

Hans van Alphen, directeur van de Almeerse basisschool Het Palet zei eerder in dit verband:

“Willen we onze leerlingen op maat bedienen en aansluiten bij hun individuele leerbehoeften, dan is het echt hard nodig dat er nu een slag gemaakt wordt. Het aanbod is momenteel erg versnipperd en leerkrachten zien door de bomen het bos niet meer.”

De onderwijzer aan de macht

De reportage “De onderwijzer aan de macht” van Tegenlicht is zeker de moeite van het kijken waard.