Onderwijs en ICT: wat werkt wel en wat werkt niet?

Tijdens de onderzoeksconferentie van Kennisnet en het NRO werd de laatste stand van zaken rond onderwijs en ICT gepresenteerd. Dit artikel geeft een samenvattende bespreking.

Actief leren met online laboratoria

De overgang van het klassikale lesmodel naar een situatie waarin kinderen individueel of in groepen werken aan projecten, vraagt het nodige van onder andere de beschikbare digitale middelen.

Ton de Jong laat aan de hand van Go Lab zien waaraan dergelijke digitale middelen zoal moeten voldoen. Go Lab maakt het mogelijk om online experimenten uit te voeren en bij elk experiment een leeromgeving te maken. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld virtueel een elektrische schakeling bouwen of chemische reacties laten plaatsvinden. De leraar kan er vragen en informatie aan toevoegen en kan de voortgang monitoren.

Door digitale middelen als Go Lab krijgen leraren de mogelijkheid om gepersonaliseerd leren vorm te geven en het leerstofjaarklassensysteem los te laten.

Digitaal toetsen

Bij adaptief toetsen worden de vaardigheden van de leerlingen effectiever vastgesteld, zegt Desirée Joosten - ten Brinke. Doordat een adaptieve toets beter afstemt op het niveau van het kind, wordt de leerling niet geconfronteerd met teveel vragen die te moeilijk of te gemakkelijk zijn. Door deze werkwijze wordt het meten nauwkeuriger en raakt de leerling niet gedemotiveerd.

Je kunt bij digitaal toetsen ook multimedia inzetten om analytische vaardigheden van leerlingen te toetsen. Op dit punt moet de validiteit van de resultaten nog wel verder onderzocht worden. Vast staat dat het toetslandschap de komende jaren ingrijpend zal veranderen.

Hoe zorg je er voor dat het werken met digitale adaptieve toetsen een succes wordt? Dat kan door de leerlingen met de toetsvorm te laten oefenen, door goede uitleg te geven en door te zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn.

Effecten van leren met tablets

Met name de slimmere leerlingen profiteren van de inzet van oefensoftware op tablet, ontdekte Inge Molenaar bij haar onderzoek naar de inzet van digitaal leermateriaal. De reden hiervoor kan liggen in het feit dat deze kinderen eerder klaar zijn met hun andere werk en daardoor meer tijd met het digitale leermateriaal aan de slag kunnen.

Inge constateert dat het adaptief werken maar ten dele lukt doordat leraren vrij klakkeloos het bestaande lesmodel volgen. Na de instructie gaan de leerlignen klassikaal oefenen en moeten de adaptieve opdrachten er nog achteraan. Hier is dus nog veel winst te behalen.

Menno van Hasselt van O21 beschreef onlangs in een uitgebreid artikel de overeenkomsten en verschillen van Gynzy iPads ten opzichte van Rekentuin, Taalzee en Snappet.

Brein in de 21e eeuw

Margriet Sitskoorn geeft aan dat de zogenoemde vloeiende intelligentie steeds belangrijker wordt. Vroeger was statische intelligentie in de vorm van feitenkennis erg belangrijk. Nu verandert alles voortdurend en draait het erom dat je op het juiste moment de juiste informatie weet te vinden. Dit heet vloeiende intelligentie.

Overigens is er in de onderwijskundige wereld een behoorlijke discussie over het belang van feitenkennis. Je hebt namelijk een basis aan feitenkennis nodig om iets op te kunnen zoeken.

Gemis: organisatiemodel

De inzet van digitale middelen maakt het mogelijk dat er beter afgestemd kan worden op de verschillen tussen kinderen. Die verschillen worden daardoor groter, wat gevolgen heeft voor het gebruikte organisatiemodel. Dit is doorgaans het leerstofjaarklassensysteem. Het Nederlandse onderwijs staat voor de opgave om te transformeren van het leerstofjaarklassensysteem naar gepersonaliseerd leren. Het is verbazingwekkend dat het organisatiemodel niet aan de orde kwam tijdens de onderzoeksconferentie.

Verder kijken