Rekentuin, Taalzee, Snappet en Gynzy iPads vergeleken

Menno van Hasselt van O21 beschreef onlangs in een uitgebreid artikel de overeenkomsten en verschillen van Gynzy iPads ten opzichte van Rekentuin, Taalzee en Snappet.

Het doel is om de afweging van de keuze van deze digitale leermiddelen te ondersteunen door de overeenkomsten en verschillen inzichtelijk te maken. Dit artikel is een samenvatting van het oorspronkelijke artikel.

Bewust van didactische keuzes

Rekentuin, Taalzee, Snappet en Gynzy iPads zijn beloftevolle voorbeelden van nieuwe digitale leermiddelen. Ze verschillen in de manier waarop ze ingezet kunnen worden, maar vragen allemaal van scholen dat ze zich bewust zijn van de didactische keuzes die deze leermiddelen vragen.

De inzet van een methode of digitaal leermiddel is namelijk nogal van invloed op de manier waarop differentiatie op de werkvloer wordt vormgegeven. Daar waar de gangbare lesmethodes uitgaan van verrijking voor de sterkere leerlingen, maken digitale leermiddelen over het algemeen gebruik van het principe van versnellen.

Verschillen in leerlingpopulatie

Naast de wijze van differentiatie is er nog een factor om rekening mee te houden: de leerlingpopulatie van de school. Door de bank genomen zijn er drie typen basisscholen:
1) met een overwegend zwakke instroom,
2) met een overwegend gemiddelde instroom,
3) met een overwegend sterke instroom.

Op naar schatting 40% van de scholen past het standaardaanbod echter niet zomaar op de leerlingpopulatie. Daar loopt de basisaanpak van de methode niet synchroon met de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Effecten digitale leermiddelen

Digitale leermiddelen hebben doorgaans met name effect op de vaardigheidsgroei van de bovengemiddeld presterende leerlingen. Wanneer een school hogere leeropbrengsten wenst, dan is versnellen een
effectievere interventie dan verrijken of verbreden.

De scholen met een overwegend zwakke instroom moeten de winst vooral zoeken in het wegnemen van een stuk administratieve last en meer inzicht in de fouten die leerlingen maken.

De onderwijskundige kant van digitale leermiddelen wordt dus bepaald door een tweetal factoren: het gehanteerde differentiatiemodel in de klas en de afstemming op de onderwijsbehoeften van de leerlingenpopulatie.

Rekentuin, Taalzee, Snappet en Gynzy iPads

Er zijn momenteel vier slimme digitale leermiddelen op de markt die een nieuwe ontwikkeling inluiden vanwege hun differentiatie- en feedbackmogelijkheden: Rekentuin, Taalzee, Snappet en Gynzy iPads.

De manier waarop scholen deze leermiddelen inzetten verschilt. Rekentuin en Taalzee worden over het algemeen ingezet naast het oefenmateriaal van de methode. Snappet en Gynzy iPads vervangen het oefenmateriaal en maken hiermee werkboekjes overbodig. Leerkrachten hoeven hierdoor minder na te kijken. Al deze leermiddelen zijn adaptief. De moeilijkheidsgraad van de opgave wordt aangepast aan het vaardigheidsniveau van de leerling, over het jaarklassensysteem heen.

Visie op leren

Gynzy iPads hanteert wel een andere visie op leren dan Rekentuin, Taalzee en Snappet. Deze laatste leermiddelen gedragen zich meer als een toets. Maakt een leerling een fout, dan wordt dit ook als fout geregistreerd.

Gynzy iPads gaat meer uit van het leerproces. Dit leermiddel hanteert een ander wegingssysteem en leerlingen ontvangen tips wanneer doelen onvoldoende of niet worden beheerst. Pas daarna volgt de beoordeling. Gynzy iPads onderscheidt zich dus door de manier waarop het leerproces wordt gestimuleerd.

Leerstofjaarklassensysteem

De ontwikkelaars van Gynzy iPads geven aan dat er gewerkt wordt aan een mogelijkheid om kinderen op basis van hun resultaten te groeperen. Dit zou een mooie doorontwikkeling zijn, waarbij het leerstofjaarklassensysteem steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.

Verder kijken