Vernieuwd toezicht onderwijsinspectie

Vanaf augustus 2017 verandert het toezicht van de onderwijsinspectie. Het schooljaar 2016/2017 wordt door de onderwijsinspectie gebruikt om met het voorgenomen vernieuwde toezicht ervaring op te doen.

Verantwoordelijkheid en administratieve druk

Tijdens de presentatie van 'De staat van het onderwijs' gaf Monique Vogelenzang aan dat er in het nieuwe toezicht meer verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de scholen en besturen. Dat vraagt meer grip op de onderwijskwaliteit en dat kan leiden tot meer administratieve druk. De afgelopen jaren is daar al sprake van geweest in diverse sectoren. De onderwijsinspectie wil dit bij deze ontwikkeling graag voorkomen. Systemen als Integraal en Ultimview kunnen besturen en scholen helpen om zicht op de resultaten te houden zonder daar extra inspanningen voor te verrichten.

Loslaten normen

Dat de inspectie haar normen ten aanzien van de tussentijdse toetsen loslaat, vraagt van scholen nog meer dan het geval was om deze ontwikkeling zelf goed te monitoren. Zo kunnen scholen op basis van inzicht in de kenmerken van de leerlingpopulatie eigen, onderbouwde ambities formuleren. Dit onderstreept het belang van van instrumenten als ParnasSys en Integraal om scholen hierin te ondersteunen.

Drie vragen

De manier waarop de onderwijsinspectie toezicht gaat houden, is het beste samen te vatten in deze drie vragen:
Wat gaat er goed?
Wat kan er beter?
En wat móet er beter?

Wat is de kern van het vernieuwde toezicht?

De drie genoemde vragen geven de denkrichting aan. De onderstaande vier punten beschrijven op welke manier de onderwijsinspectie te werk gaat.

1. Waarborg: basiskwaliteit - Net als voorheen zal de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland blijven waarborgen. Hierbij wordt wel duidelijker dan voorheen onderscheid gemaakt tussen enerzijds het controleren op de deugdelijkheidseisen uit de wet en anderzijds het analyseren en stimuleren van de onderwijskwaliteit.

2. Stimuleren tot beter - Daarnaast wil de onderwijsinspectie actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en scholen. Er wordt nagegaan of er een lerende en onderzoekende cultuur heerst. Wordt de data uit het LVS ook werkelijk gebruikt om op te reflecteren en van te leren? De inspectie zal scholen en besturen stimuleren om op deze manier de onderwijskwaliteit op een hoger plan te brengen.

3. Eenduidig toezicht en op maat - In het vernieuwde toezicht zal de inspectie vragen naar de eigen ambities van bestuur en school. Dit sluit mooi aan bij de mogelijkheid in Integraal om doelen per groep in te kunnen stellen. Ook in de basismodule van ParnasSys gaat dit mogelijk worden. Rond doelen en ambities zal de onderwijsinspectie het LVS en het schoolplan een spilfunctie laten vervullen.

4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur - Het schoolbestuur is sinds enige tijd verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs. Hier zal in het nieuwe toezicht nadrukkelijker op gestuurd worden. Bij het vernieuwde toezicht komen bestuur en scholen samen in beeld.

Vierjaarlijks onderzoek

Er zal een vierjaarlijks onderzoek plaatsvinden, waarbij de inspectie onderzoek doet op twee niveaus:
• op het niveau van het bestuur: kwaliteitszorg en financieel beheer • op het niveau van de scholen: verificatieonderzoek/schoolbezoek, kwaliteitsonderzoek bij eventuele risicoscholen, en op verzoek van het bestuur: onderzoek naar goede scholen.

Besturen kunnen met de cockpits van Qualiant zowel de kwaliteitszorg als het het financieel- en personeel beheer in beeld brengen. Ze kunnen daarmee ook vooruitblikken, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan en ze hun verantwoordelijkheden waar kunnen maken.

Verschillen

Bij de onderzoeken van de inspectie zijn dit de meest opvallende verschillen in vergelijking met het huidige toezicht:

Bestuur - in het (vierjaarlijks) onderzoek komt nu naast de scholen ook het bestuur in beeld.

Onderzoeksplan - de inspectie maakt een onderzoeksplan waarin een aantal scholen wordt geselecteerd voor onderzoek

Drie soorten onderzoek - er zijn drie soorten onderzoek mogelijk op school-/opleidingsniveau: een zogeheten verificatieonderzoek, een onderzoek op verzoek naar goede scholen/opleidingen, en een onderzoek naar risico’s

Feedbackgesprek - een feedbackgesprek maakt standaard deel uit van het onderzoek: op bestuursniveau naar aanleiding van verificatieonderzoeken, op school-/opleidingsniveau als een onderzoek naar aanleiding van risico’s heeft plaatsgevonden. Bovendien geven inspecteurs aan het einde van elke onderzoeksdag een mondelinge terugkoppeling.

Bredere onderzoeken - De inspectie zal in de tussenliggende jaren, naast de vierjaarsonderzoeken, de overige scholen betrekken in bredere onderzoeken. Bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe de praktijk van het burgerschapsonderwijs is, hoe in de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs gelijke kansen bevorderd kunnen worden, of hoe passend onderwijs voor docenten en leerlingen praktisch uitwerkt.

Waarderingskader 2017 - In het concept waarderingskader 2017 wordt onder meer een duidelijk onderscheid gemaakt tussen deugdelijkheidseisen en overige kwaliteitsaspecten.

Verder kijken