Vijf tips voor de analyse van vragenlijsten

De vragenlijsten voor zelfevaluatie zijn een belangrijk onderdeel van kwaliteitsinstrument Integraal. In dit artikel worden vijf tips gegeven voor het gebruik van deze vragenlijsten.

Auteur: Hans van Rijn – directeur bij De lerende school

Tip 1: Voorkom denken in termen van goed versus onvoldoende.

We merken dat scholen geneigd zijn om scores van 3.0 uit te leggen als “goed”. Binnen de vragenlijsten wordt dan vooral gekeken naar wat lager scoort dan 3.0. Dit zorgt voor een te weinig kritische analyse.

Een score van 3.0 staat allereerst voor “dit klopt redelijk”. Of dat positief is, is nog maar de vraag. Veel indicatoren uit Integraal hebben betrekking op de basiskwaliteit. In hoeverre is een “redelijke” basiskwaliteit een stevig fundament voor innovatie te noemen?

Het is raadzaam om scores van 3.0 (en scores die weinig hoger liggen) genuanceerd te bekijken. Een score van 3.0 kan positief zijn wanneer de school op dit punt van ver komt. Een score van 3.0 kan tegenvallen wanneer de school op dit punt juist sterk heeft ingezet met allerlei verbetermaatregelen.

Tip 2: Ga binnen een onderwerp na waar meer overtuiging versus minder overtuiging uit spreekt.

Met vragenlijsten ‘meet’ je een subjectieve werkelijkheid. Leg je aan leerkrachten bijvoorbeeld de stelling voor: “Geeft kinderen inzicht in hoeverre zij het lesdoel bereikt hebben” dan spreekt uit het antwoord meer of minder overtuiging of dit het geval is.

Het is waardevol om binnen een onderwerp na te gaan uit welke antwoorden meer versus minder overtuiging spreekt. Wat daarbij helpt, is om binnen dit onderwerp te letten op de spreiding van de antwoorden. Wat scoort relatief hoog? Wat scoort relatief laag? Afwijkingen van 0,4 zijn al interessante ‘hoogteverschillen’. Die hoogteverschillen ontstaan omdat respondenten meer versus minder overtuigd zijn dat iets zo is.

Tip 3: Vergelijk welk beeld verschillende respondenten hebben over de kwaliteit

In het onderzoeken van een subjectieve werkelijkheid is het belangrijk om na te gaan welk beeld verschillende typen respondenten hebben over de kwaliteit van de processen. Uitgangspunt in kwaliteitsonderzoek is daarom: “Eén lijst is geen lijst.”

Wanneer je leerlingen bevraagt over het onderwijsleerproces is het bijvoorbeeld waardevol om dit beeld naast dat van leerkrachten te leggen. In de praktijk wil dit beeld nog weleens afwijken. Dat kan je als school inzicht geven in eventuele blinde vlekken.

Komen beelden van respondenten over kwaliteitsaspecten overeen, dan is aannemelijk dat het beeld hierover realistisch is.
Niet elk type respondent kan overigens over elk onderwerp bevraagd worden. Houd daar rekening mee in je onderzoek.

Tip 4: Zie een vragenlijst als een opmaat naar gesprek.

Het is onmogelijk om de hele werkelijkheid af te dekken met vragen. Vragen binnen Integraal hebben een belangrijke signaalfunctie. Juist in de dialoog met de respondenten krijgen deze signalen betekenis. Je kunt checken of je interpretatie klopt. Je kunt respondenten vragen om voorbeelden te noemen. Je kunt vragen wanneer respondenten meer tevreden zouden zijn.

Het invullen van vragenlijsten wordt weleens ervaren als “last”. Wanneer vragenlijsten opmaat zijn naar reflectie en dialoog, ervaren respondenten dit invullen als betekenisvol.

Tip 5: Onderzoek of de basiskwaliteit in orde is

Zeker in een schoolplanperiode is het nuttig om vanuit de vragenlijsten na te gaan in hoeverre de basiskwaliteit op orde is.Daarmee bedoelen we de kwaliteit die op basis van wettelijke regelgeving minimaal van scholen verwacht wordt. En als dat niet zo is, wat moet daarvoor dan nog gebeuren? Wat vraagt dat aan inspanningen? Aan veranderenergie? Welke ruimte heb ik dan nog om te innoveren?

Energie die gebruikt moet worden om de basiskwaliteit op orde te brengen, heb je namelijk niet beschikbaar voor innovatie.

Geef daarbij prioriteit aan het optimaliseren van de basiskwaliteit voordat je gaat innoveren. Innovatie vraagt namelijk een basiskwaliteit die royaal op orde is. Je kunt een Elfstedentocht pas schaatsen als het ijs 11 cm dik is. Je wilt niet steeds achterom hoeven kijken.

Met Integraal kun je een goed beeld krijgen van de basiskwaliteit. Als school heb je daarnaast de mogelijkheid om binnen Integraal je eigen kwaliteit te definiëren. Die kwaliteit gaat dan over het innovatieve deel. Over het maken van eigen “kwaliteitskaarten” komt over enige tijd een artikel met tips.

Verder kijken

Heeft u interesse in kwaliteitsinstrument Integraal? Ga voor meer informatie over de mogelijkheden naar de website van Integraal of bezoek een van de regiobijeenkomsten bij u in de buurt.